Definitieve berekening NOW: Hoe zit dat ook alweer?

De NOW-regeling is, voorlopig althans, gelukkig niet meer nodig. Maar werkgevers zijn nog wel bezig met de definitieve berekening van verschillende aanvraagperiodes. Wat houdt die definitieve berekening ook alweer precies in?

Foto van een gesloten deur. Er hangt een bericht op: 'Vanwege de huidige situatie zijn wij gesloten tot nader bericht. Sorry we hopen jullie allemaal heel gauw te mogen ontvangen!'

Alle werkgevers die gebruik hebben gemaakt van de NOW moeten over iedere aanvraagperiode (8 stuks in totaal) een aparte definitieve berekening aanvragen. De regeling werkt namelijk met voorschotten. De eindafrekening gaat op basis van nacalculatie. Dit is de enige manier waarop UWV kan berekenen op welk bedrag de werkgever recht heeft gehad en dus daadwerkelijk kan overgaan tot ‘afrekenen’.

‘Dat resulteert dan in een nabetaling of terug-vordering’, vertelt Ingrid Arts, programmamanager NOW bij UWV. ‘Het voorschot is een bedrag op basis van een ingeschat omzetverlies. En let op; er is geen goed of fout bij de definitieve afrekening. Het gaat erom aan te geven wat een werkgever daadwerkelijk aan omzetverlies heeft geleden, welke loonsom er betaald is in de subsidieperiode en hoe dat zich verhoudt tot het bedrag dat de werkgever al heeft gekregen. De systematiek van de regeling is altijd hetzelfde. Wel verschillen de variabelen per aanvraagperiode, zoals het maximale omzetverliespercentage en enkele andere voorwaarden.’

 

De berekening

De definitieve tegemoetkoming wordt berekend met het werkelijke omzetverlies en de loonsom. Het werkelijke omzetverlies wordt berekend door de omzet in de periode waarover de NOW is aangevraagd – de subsidieperiode – te vergelijken met de omzet in dezelfde periode van vóór de coronacrisis, de referentieperiode. Ook de uitbetaalde loonsom in de subsidieperiode is relevant voor de berekening van de hoogte van de subsidie. Het kan zijn dat de loonsom in de periode waarover de tegemoet-koming werd ontvangen lager is geworden ten opzichte van de loonsom van de referentiemaand waar het voorschot op was gebaseerd. In die gevallen kan de definitieve tegemoetkoming ook lager uitvallen; het doel van de NOW was immers het doorbetalen van de salarissen ten tijde van de pandemie. Als de hoogte van de uitbetaalde salarissen in de relevante periode is gedaald, dan is voor dat deel van de loonsom ook geen subsidie meer nodig en zal dit de definitieve tegemoetkoming negatief beïnvloeden.

 

NOWchecker

Om de definitieve berekening aan te vragen zijn vanaf bepaalde bedragen verklaringen nodig. Een handig hulpmiddel dat we bieden is de NOWchecker, vertelt Arts. ‘Werkgevers kunnen hun loongegevens en het percentage geleden omzetverlies invoeren in de tool. Alle regelingen zitten in een tool. Zo krijgen werkgevers zicht op de verwachte definitieve tegemoetkoming, waarna ze vervolgens kunnen checken of ze een derden- of accountantsverklaring nodig hebben. Als een verklaring nodig is, dan moet deze opgesteld worden door een financieel specialist.Dus is het handig dat ze hier tijdig de opdracht voor uitzetten.’

 

'Werkgevers doen er goed aan om op tijd te beginnen. In ieder geval met het op orde krijgen van de administratie.’

 

Het aanvragen van de definitieve berekening is in principe niet meer mogelijk voor de eerste en tweede NOW-aanvraagperiode. Voor de derde tot en met de zevende aan-vraag-periode NOW hebben werkgevers tot medio februari 2023 de tijd om de definitieve berekening aan te vragen. De deadline voor het aanvragen van de definitieve berekening voor de achtste aanvraagperiode is 1 juni 2023.

‘Vanaf 40.000 euro voorschot heb je een derden-verklaring nodig’, zegt Arts. ‘Boven de 125.000 euro heb je een accountantsverklaring nodig. Werkgevers doen er goed aan om op tijd te beginnen. In ieder geval met het op orde krijgen van de administratie.’ De tijd zit niet zozeer in het doen van de aanvraag zelf, maar wel in het administratieve proces vooraf-gaand aan de aanvraag. Zo moet je omzet toerekenen aan de betreffende NOW-periode en deze vergelijken met de betreffende referentieperiode om het omzet-verlies te kunnen berekenen.’