Interview

Na twee burn-outs vond Wouter van Doorn de juiste balans

Wouter van Doorn

Wouter van Doorn, mede-eigenaar van ontwerp- en productiebureau De Bende, liep op een hardhandige manier tegen zijn eigen grenzen aan. Twee burn-outs leerden hem niet alleen veel over zichzelf, maar ook over wat voor werkgever hij wil zijn. Voor zichzelf heeft hij bijvoorbeeld besloten dat afspraken nooit langer dan een uur mogen duren. En zijn werknemers biedt hij veel vrijheid en een veilige, warme omgeving.

Een rollercoaster. Zo mag je het leven van Wouter van Doorn (43) tot een aantal jaar geleden gerust noemen. Zijn eerste bedrijf, een communicatiebureau dat hij in studietijd startte leverde ‘een hoop stress’ op, vertelt hij, ‘ook vanwege de verantwoordelijkheid die ik voelde voor al onze 25 medewerkers.’

 

Burn-out 1

Van Doorn stapte uiteindelijk na een jaar of 7 uit het bedrijf. ‘Na een fusie met een ander internetbureau kon ik mij niet meer vereenzelvigen met de nieuwe managementstijl. Ik ben in die tijd overspannen geraakt omdat ik begon tegen mijn zin in te werken. Anders gezegd: ik ging stelselmatig over mijn grenzen heen.’ Toch begon Van Doorn meteen een nieuw bedrijf: een detacheringsbureau. ‘Ik had ook een gezin en er moest brood op de plank komen.’

 

Burn-out 2

Twee jaar later stopte Van Doorn ook met dit bedrijf. ‘De markt liep niet goed en ik had ook geen moment ruimte genomen voor mijn overspannenheid die ik tijdens mijn eerste bedrijf had opgelopen.’ Toch blijft hij aan het werk. ‘Ik ben toen in een ruk door verder gaan interimmen bij verschillende organisaties, tot het in 2012 echt niet meer ging en ik ongeveer jaar ben gestopt met werken.’

 

Re-integratie na burn-out: plan van aanpak UWV-arts

Van Doorn kwam in de ziektewet en behalve voor zijn kinderen zorgen kon hij ‘echt helemaal niks meer,’ vertelt hij. ‘De UWV-arts zag in dat re-integreren bij het telecombedrijf zinloos zou zijn. Hij keurde mij een paar keer achter elkaar af, zodat ik de ruimte kreeg om op verhaal te komen. Daar ben ik hem zeer dankbaar voor. Hij zág mij.’

Wouter van Doorn

Toch weer ondernemer worden

Dat op verhaal komen deed Van Doorn bij de Bende in Rotterdam, een collectief van onder meer kunstenaars en timmerlieden. Hij had daar in de periode rond zijn eerste burn-out leren timmeren en ontdekt hoe geweldig hij het vond om met zijn handen te werken. Van Doorn pakte de hamer weer op, maar ontdekte bij de Bende ook dat het ondernemersbloed kruipt waar het niet gaan kan.

 

Terug naar het werkgeverschap

Toen een van de oprichters vertrok, besloot Van Doorn in 2016 om er zelf in te stappen, samen met twee compagnons. De zaak begon goed te draaien, dus namen ze ook mensen in dienst. Inmiddels heeft de Bende vier werknemers en dat terwijl Van Doorn had gezworen nooit meer verantwoordelijkheid te willen hebben voor medewerkers. Hoe gaat hij nu om met de stress en verantwoordelijkheid van het werkgeverschap?

 

Burn-out voorkomen: ken je grenzen

‘De essentie van een burn-out is dat je over je eigen grenzen heen gaat,’ zegt hij. ‘Daar ben ik me nu heel bewust van en daarom zorg ik voor de juiste balans in alles wat ik doe. Ik heb bijvoorbeeld net corona gehad. Vroeger zou ik niet naar mijn lichaam hebben geluisterd en gewoon door zijn gegaan. Als ik nu in een gesprek een beetje buiten adem raak, geef ik aan: ik moet nu stoppen, we praten later verder. En mijn afspraken mogen maximaal een uur duren. Langer trek ik niet.’

 

Stress en uitval werknemers voorkomen: rondje 'gevoel'

Wat Van Doorn heeft geleerd door zijn burn-outs, past hij ook toe in zijn werkgeverschap: ‘We proberen een warme, veilige omgeving te creëren. Bij iedere weekvergadering doen we een rondje “gevoel”, waarbij iedereen kan zeggen hoe het met hem gaat. Als iemand dan met een sip gezicht rondloopt, weet de rest waarom dat is. De ruimte die de UWV-arts mij gaf na mijn burn-out en die mij zo geholpen heeft, probeer ik preventief toe te passen bij mijn werknemers. Iedereen heeft de vrijheid om tijd voor zichzelf te nemen als hij dat nodig heeft. Op deze manier proberen we ervoor te zorgen dat spanning en stress nooit zo ver op kunnen lopen dat werknemers uitvallen. Als ik zie dat een werknemer niet lekker in zijn vel zit, dan hebben we het erover. Als je daar eerlijk over bent, heeft iemand daar veel meer aan dan wanneer je het onbesproken laat.’