Interview

Simi en Sarabjot kijken uit naar gezinstijd

Foto van Simi en Sarabjot, jonge ouders.

Dat ze gebruik gaan maken van hun recht op betaald ouderschapsverlof, dat weten Simi en Sarabjot uit Leeuwarden zeker. Hoe precies, dat beslissen ze later. ‘We weten na de geboorte pas wat we precies nodig hebben.’

Simi merkt het nu al: dat alleen thuis zitten is niks voor haar. En ze zit nu nog maar in haar zwangerschapsverlof. ‘Natuurlijk heb ik het straks, als de baby er is, druk met van alles. Maar ik zou het dan wel fijn vinden als mijn partner me één of twee dagen per week kan helpen.’

Dat partners dankzij dit verlof ook langer mee kunnen draaien, is niet alleen gezellig, vindt Simi. Het is ook noodzakelijk. ‘De baby moet toch niet alleen een band opbouwen met de moeder? Ook de vader moet leren hem te verschonen, in bad te doen en te verzorgen. Dat gebeurt natuurlijk in de kraamweek, maar als de vader daarna meteen weer aan het werk moet, komt het toch al snel allemaal op de moeder neer.’

 

Gehaast leven

Simi heeft het al vaak gehoord van collega’s en kennissen: een baby van twaalf weken is echt nog heel klein. ‘Om zo’n kindje dan al een hele dag weg te brengen naar een kinderopvang, dat lijkt me enorm moeilijk. Al voordat ik van de Wet betaald ouderschapsverlof hoorde, wist ik dat ik dát niet wilde. Iedere ochtend die hectiek van je kind klaarmaken, jezelf klaarmaken en dan in de haast naar de opvang en je werk, dat lijkt me maar niks.’

Simi werkt 36 uur voor een overheidsinstantie. Als de baby er is, schroeft ze dat tijdelijk terug. ‘Dan ga ik om en om 3 en 4 dagen werken. Mijn man wil ook graag één of twee dagen thuisblijven. Daar heeft hij echt zin in. Een vrije dag, zo noemde hij het eerst, haha. Ik zei tegen hem: nou, dat denk ik niet. Met een baby ben je druk genoeg.’

 

Samen

Gezinstijd samen met haar man, daar kijkt Simi erg naar uit. Voordat ze zwanger raakten, konden ze door corona maar weinig ondernemen. En tijdens de zwangerschap had Simi weinig puf om iets te doen: ‘Ik heb vijf maanden lang alleen maar overgegeven. ‘s Avonds at ik hooguit 1 hapje en ik woog nog maar 48 kilo. Gezellig lunchen zat er niet in. Ik wilde zo ver mogelijk uit de buurt blijven van eten.’

Simi hoopt dat ze door de nieuwe regeling een beetje in kunnen halen. ‘Ik kijk er heel erg naar uit dat we ook regelmatig een dag samen thuis zijn. Met z’n drietjes leuke dingen doen, even de stad in, dat soort dingen.’

 

Afhankelijk van werkgever

Zowel de werkgever van Simi als die van haar man Sarabjot hebben aangegeven pas na de geboorte van de baby afspraken te willen maken over het ouderschapsverlof. ‘Dat is aan de ene kant lastig, omdat we nog geen zekerheid hebben. Maar goed: we weten nu nog helemaal niet hoe het gaat zijn. Misschien zijn er wel complicaties, waardoor je meer thuis wil zijn dan je had afgesproken.’

In ieder geval zijn ze van plan het verlof zoveel mogelijk gespreid op te nemen. ‘Misschien doen we het om en om: dat ik verlof opneem, en daarna mijn man. Of zijn er periodes waarin we graag samen vrij zijn. We willen in ieder geval met z’n drieën op vakantie. Daar gaan we het verlof sowieso inzetten.’

 

Last verdelen

Een mooie bijkomstigheid van het verlof vindt Simi dat ze geruster weer aan het werk kan gaan. ‘In mijn functie is het belangrijk dat ik veel aanwezig ben. Maar ik wil ook dat er een vertrouwd iemand voor mijn kind is, zeker als het bijvoorbeeld ziek is. Als de baby bij papa is, of bij mijn ouders, kan ik op mijn werk beter meedraaien.’

Dat ze voor 70 procent doorbetaald wordt, vindt Simi ideaal. ‘Kijk, 100 procent zou nog beter zijn, maar beter iets dan niets. Wij werken allebei al heel lang fulltime, dus bij ons kan het financieel makkelijk uit. En al zouden we even wat krap zitten, dan nog zou ik dat voor mijn kind over hebben. Het fijne is juist dat je er niet aan vast zit: aan het einde van je verlof ga je gewoon weer terug naar 100 procent van je salaris.’