Interview

Vijf gouden tips van Ruben om een stap te maken in je loopbaan

Een baan vinden die bij je past. Dat klinkt misschien als een kwestie van geluk hebben. Toch heb je dit deels zelf in de hand.

Ruben Rijnja (32) kreeg van zijn vorige werkgever niet de juiste ondersteuning bij zijn ADHD en ASS (autisme). Met behulp van coach Kees Bontenbal van Stichting Studeren & Werken Op Maat (SWOM) vond hij een baan die wel bij hem past en heeft hij nu geen Wajong-uitkering meer. Hij heeft vijf gouden tips om verder te komen in je loopbaan.


Tip 1: Zoek hulp

Kees: ‘Je kunt natuurlijk zelf op zoek gaan naar werk. Maar dan loop je toch vaak tegen bepaalde drempels aan. Het is fijn als iemand je daarbij kan helpen. Je kunt je bijvoorbeeld aanmelden bij een jobcoachorganisatie.’ 
Ruben: ‘De eerste stap naar hulp is lastig. Je moet aan jezelf toegeven dat je iets niet kunt. Dat is nooit leuk. Maar als je jezelf daaroverheen zet, dan kom je tenminste ergens. Het fijne van een jobcoach is dat hij zich kan verplaatsen in alle partijen. Hij weet wat een werkgever zoekt, maar hij weet ook wat jij als werkzoekende nodig hebt. Ik vond dat zelf moeilijk in te schatten, dus dat was waardevol.’


Tip 2: Bereid je goed voor

Kees: ‘Ik merk dat Wajongers die gaan solliciteren soms angstig zijn tijdens gesprekken met werkgevers. Gaat het gesprek wel goed? Willen ze me wel? Het geeft zelfvertrouwen als je je van tevoren goed voorbereid. Eventueel samen met een jobcoach of iemand anders die je support.’ 
Ruben: ‘Je voorbereiden op een gesprek is meer dan alleen de vacaturetekst lezen. Je moet begrijpen wat er staat. In welke zin past deze eigenschap wel of niet bij mij? En hoe leg ik dat uit aan een werkgever? Kees hielp mij om de vertaalslag te maken van vacaturetekst naar concrete voorbeelden. Omdat hij er tijdens het gesprek bij zat, kon hij mij ook helpen als ik iets belangrijks vergat te zeggen. Dat kan alleen als je elkaar goed kent.’ 


Tip 3: Geef openheid van zaken

Kees: ‘Werkzoekenden vinden het vaak lastig om open te zijn over hun beperking. Je wilt er niet mee te koop lopen. Maar een werkgever kan alleen rekening met je houden als hij weet wat er speelt. Je hoeft niet alles te vertellen, maar iemand moet je wel kunnen begrijpen.’  
Ruben: ‘Ik heb gemerkt dat het belangrijk is om aan te geven wat je wel kan, maar ook wat je niet kan. Een concreet voorbeeld hiervan is werken in een kantoortuin. Dat trek ik niet, want dan raak ik overprikkeld. Het is niet leuk om dat te vertellen als je ergens solliciteert. Maar het is voor de manager wel belangrijk om te weten.’ 


Tip 4: Vind een specialisatie

Kees: ‘Als je een bepaald onderwerp hebt gevonden dat je interessant vindt, dan is het leuk om daar dieper in te duiken. Dat houdt je werk niet alleen uitdagend, het helpt je ook om verder te komen.’
Ruben: ‘Ik ben medewerker administratie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ons team telt vijf mensen. We hebben veel overlappende werkzaamheden, maar ook allemaal onze eigen taken. Mijn manager zegt vaak: ‘Iedereen heeft hier zijn eigen toko’. Ik ben vooral bezig met het invoeren van nieuwe contracten bij de overheid. Als dat is geregeld, wordt er een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Het registreren van de antwoorden hoort bij mijn toko.’ 


Tip 5: Word regisseur van je eigen loopbaan

Kees: ‘Het is belangrijk om na te denken waar je jezelf in de toekomst ziet. Kijk eens wat er mogelijk is. Of praat met iemand binnen de organisatie over doorgroeimogelijkheden. Zo kun je samen een doel stellen. En de stappen zetten om dat doel te bereiken.’ 
Ruben: ‘Ik wil me blijven ontwikkelen bij Rijksoverheid. Mijn focus ligt op een betrouwbare collega zijn. En een volwaardig lid van het team. Dat is mijn doel.’ 
 

Wat is SWOM?

‘Wij begeleiden jongeren met een arbeidsbeperking op en naar werk,’ vertelt coach Kees Bontenbal van SWOM. ‘Bij binnenkomst krijgen ze van ons eerst een intakegesprek. Daarin kijken we waar je staat, wat je zoekt en wat er nodig is om je klaar te stomen voor een baan. We voeren veel gesprekken, nemen assessments af en maken een persoonsprofiel. Dat is een soort verkapt CV met daarin een stukje uitleg over de arbeidsbeperking die iemand heeft. Zo zorgen we voor een compleet plaatje. Als dat allemaal klaar is, stellen we de jongeren voor aan een van onze partners. Dat zijn negentig bedrijven met wie we samenwerken: veel overheidsinstanties en ministeries. Als ze ergens gaan werken, krijgen ze van ons een arbeidscoach mee. Hij of zij houdt de voortgang in de gaten en is het aanspreekpunt bij problemen.’