Praktische info

Steve: ‘Ik heb heel lang geleefd alsof het mijn laatste dag was’

Jarenlang begaf Steve Dreessen (33) zich in - zoals hij het zelf noemt - ‘het verkeerde circuit’. Hij ging om met verkeerde vrienden, verdiende geld met louche praktijken en raakte verslaafd aan cocaïne. Hij zwierf van plek naar plek. Maar nu lijkt dit allemaal een boze droom te zijn geweest. Steve heeft niet alleen een mooie baan, hij maakt ook al stiekem plannen voor een eigen huis. ‘Uiteindelijk is dat wat ieder mens wil: huisje, boompje, beestje.’

 

Augustus 2020. Steve mocht ‘proeven’ aan een ‘serieuze’ baan bij Asbury, leverancier van koolstof- en grafietproducten in Maastricht. ‘Via een instroomtraject van UWV mocht ik proefdraaien, met behoud van mijn Wajong-uitkering. Mijn vader is plantmanager bij Asbury. Maar om alle schijn van vriendjespolitiek tegen te gaan, kreeg ik een extra lange proeftijd: vier in plaats van twee maanden. Die maanden vlogen om. Ik kreeg volop kansen om me te bewijzen, die pakte ik met beide handen aan.’ Steve ging van onderhoudsmonteur, naar magazijnwerker en door naar de afdeling Technische Dienst. ‘Iedere maand zat ik wel op een andere afdeling, ik kreeg zo ontzettend veel mee van het bedrijf. En door het vertrouwen van mijn leidinggevende Pascal kreeg ik vleugels. Inmiddels stuur ik zelf ook mensen aan, ik ben een soort ‘reservebaas’ geworden.’

 

Zever jaar geen familiecontact

Maar hoe mooi de situatie voor Steve nu is, nog geen twee jaar geleden was zijn leven uitzichtloos. ‘Ik heb gewoon een verkeerde afslag genomen. Ik kwam in het verkeerde milieu terecht en raakte verslaafd aan de cocaïne. Het was de spanning, het makkelijke geld verdienen. Dat trok mij toen aan. Zeven jaar lang zag ik mijn familie niet meer. Dat gaat op den duur wel aan je vreten. Vorig jaar ging bij mij ineens de knop om. Ik nam contact op met mijn zus. Ik zei: nu is het klaar. Ik wil mijn leven beteren. Voor drie maanden mocht ik bij haar inwonen, zodat ik alles weer op de rit kreeg: ik werd clean, brak met het oude wereldje en klopte aan bij UWV voor werk. Pas toen durfde ik ook weer contact op te nemen met mijn vader.’

 

Afkicken moet je zelf willen

Maar het oude ‘wereldje’ achter je laten, was voor Steve nog een uitdaging. ‘Je kunt er alleen uitstappen als iemand uit dat wereldje je rug dekt’, legt Steve uit. ‘Dat kan niet zomaar. Ik heb namelijk veel gezien, ik weet veel. Dat vormt een risico. Maar ik ben nooit bang geweest. Ik heb heel lang geleefd alsof het de laatste dag was. Dat kwam door het cocaïnegebruik. Een heftige tijd, ik gebruikte 10 gram per dag. Tot twee keer toe ben ik opgenomen in een afkickkliniek. De eerste keer was min of meer gedwongen door familie. Dat was geen succes. Als je wilt afkicken, moet je zelf die keuze maken. Voor een ander doen, werkt niet. Bij mij ging vorig jaar mei de knop om. Ik zat hele dagen te niksen, mijn leven werd eentonig. Ik keek om me heen en dacht: wat is dit voor leven? Zo wil ik niet verder. Uiteindelijk wil je net als iedereen: huisje, boompje, beestje.’

 

Collega's zijn familie

Achteraf is Steve blij dat hij het roer heeft omgegooid. ‘Het blijven hameren van UWV om aan de bak te gaan, heeft gewerkt. Het ging niet zonder slag of stoot: veel baantjes lukten niet, bijvoorbeeld omdat ik niet kwam opdagen. Dan werd ik gekort op mijn uitkering. Ik had een Wajong, omdat ik door mijn verleden een Post Traumatische Stressstoornis (PTSS) heb opgelopen. Dus dan ging ik maar weer in gesprek.’ Bij Asbury had Steve direct een goed gevoel. En dat gevoel bleek wederzijds. ‘Ik blijf nu bij mijn keuze, mijn familie en collega’s zijn mij meer waard dan wat dan ook. Mijn collega’s voelen als familie, we zijn een hechte groep en trekken ook na werktijd veel met elkaar op. Mijn vader is trots op me. Momenteel woon ik bij hem, totdat ik iets voor mezelf heb gevonden. Lange tijd heb ik van plaats naar plaats gezworven. Ik hoef geen luxe huis, ik wil een dak boven mijn hoofd. Dat is een basisbehoefte die ik steeds meer ben gaan waarderen. Aan anderen die in een uitzichtloze situatie zitten, wil ik zeggen: hoe moeilijk ook, er is altijd een uitweg. Maar je moet er wel voor willen gaan.’